bBeloofd-merlijns-baard-kinderverhalen

Beloofd

Simo de muis en Toby de rat wonen allebei in een holletje in hetzelfde restaurant, maar kunnen elkaar niet uitstaan. Als Simo’s vader op een dag wordt gevangen door de kok, biedt Toby aan om te helpen. Maar daar wil hij wel iets voor terug…

Het verhaal

In een holletje in de muur van een restaurant woonde een muis die Simo heette. Het was een geweldige plek om te wonen, want er was altijd eten te vinden. Samen met zijn vader, meneer Muis, sloop Simo dan ook elke dag naar de keuken van het restaurant om eten uit de voorraadkast te stelen. Zijn lievelingskostje was de heerlijke stukjes kaas die regelmatig vers in de kast gezet werden. 

Ook Toby woonde met zijn familie in het restaurant, in een holletje vlakbij dat van Simo en zijn vader. Maar ook al waren Toby en Simo even oud, ze waren niet bepaald vrienden. Sterker nog, ze hadden een hekel aan elkaar!

Toby was geen muis, maar een rat. Dat betekende dat hij een stuk groter was dan Simo. Ook kon hij sneller rennen en was hij sterker. Dat vond Simo maar niks, want daardoor kreeg Toby vaak de beste stukjes kaas te pakken. 

Toby was op zijn beurt boos op Simo, omdat die een tijdje geleden niet goed had opgelet in de keuken. De kok had hem gezien met een stukje kaas en had meteen tientallen muizenvallen in de keuken gezet. Hij had zelfs een kat gekocht die graag op muizen en ratten jaagde. Dit maakte hun makkelijke leventje in het restaurant meteen een stuk moeilijker.

Op een mooie zomermiddag waren Simo en meneer Muis op zoek naar eten in de keuken, toen meneer Muis een veel te groot stuk kaas probeerde te dragen. Hij verloor zijn balans en kwam precies met zijn staart in een muizenval terecht. De kok hoorde de muizenval dichtslaan en kwam meteen naar de keuken. Simo kon zich net op tijd achter een tafelpoot verstoppen, maar meneer Muis zat vast. De kok haalde hem met een vies gezicht uit de muizenval en stopte hem in een glazen pot. Die zette hij vervolgens op de hoogste plank boven het aanrecht. 

‘Zo, een lekker hapje voor de kat straks’, zei hij tevreden. ‘Maar waar is die andere muis gebleven?’ Hij liep de keuken rond op zoek naar Simo, maar die zat inmiddels vlak bij de deur en kon ongezien de keuken uitglippen. 

Toen hij eenmaal weer veilig in zijn holletje zat, begon hij te trillen van angst. De kok ging zijn vader aan de kat voeren! Hij moest hem snel bevrijden, maar kon hij dat wel in zijn eentje? Hij was niet zo sterk en hij had ook nog nooit zo hoog geklommen. 

De tijd begon te dringen, want de kat kwam meestal ‘s avonds thuis en het was al laat in de middag. Simo raapte al zijn moed bij elkaar en sloop door de gang naar de keuken.

Halverwege kwam hij Toby tegen.

‘Kijk nou eens, daar hebben we de mini-muis’, lachte Toby. ‘Heb je nu alweer trek? Je komt toch net uit de keuken?’

‘Dat gaat je niks aan’, zei Simo. ‘En noem me geen mini-muis.’ Hij wilde verder lopen, maar Toby versperde de weg.

‘Aan de kant, Toby!’

Toby ging nog wat breder staan, zodat Simo niet kon ontsnappen. ‘Alleen als je me vertelt waarom je nu alweer naar de keuken gaat.’

Simo besloot om maar gewoon de waarheid te vertellen. Dan liet Toby hem er vast wel langs. ‘Mijn vader is gevangengenomen door de kok. Hij heeft hem in een glazen pot gestopt en bovenop de hoogste plank gezet.’ 

‘Dus meneer Muis heeft zich laten vangen’, lachte Toby. ‘Laat me raden. Nu ga jij hem zeker redden?’ Hij vond het blijkbaar allemaal erg grappig. 

‘Dat klopt’, zei Simo dapperder dan hij zich voelde. 

‘Dat is toch helemaal geen taak voor een muis alleen?’ zei Toby. ‘Ik zal je wel helpen.’

Simo dacht dat Toby een grapje maakte, maar hij keek er zo serieus bij dat hij het wel moest menen. ‘Jij wil me helpen om mijn vader te bevrijden?’

‘Natuurlijk’, zei Toby opgewekt. ‘Maar alleen als je ook iets voor mij doet.’

‘Wat dan?’

‘Leuk dat je het vraagt, mini-muis!’ grijnsde Toby. ‘Helemaal achter in de keuken, bovenop de kast, bewaart de kok het grootste stuk kaas dat er in de keuken te vinden is.’ 

Simo wist meteen welke hij bedoelde. Hij en zijn vader hadden er al vaak bewonderend naar gekeken. 

‘Jij gaat me helpen om dat stuk kaas te stelen.’ 

Simo kon zijn oren niet geloven. ‘Maar dat is veel te gevaarlijk!’ riep hij. ‘Je moet langs meer dan tien muizenvallen om daar te komen.’

‘Juist’, zei Toby. ‘Ik ben te groot om er tussendoor te kunnen, maar jij hebt nog precies het goede formaat. Dus dat is mijn voorstel. Ik help jou met je vader en jij helpt mij met de kaas.’ Hij lachte weer. ‘Of denk je soms dat je het in je eentje wel kan, mini-muis?’ 

Simo had helemaal geen zin om het aanbod aan te nemen, maar Toby had gelijk. Hij kon wel wat hulp gebruiken om zijn vader te bevrijden.

‘Goed dan’, zuchtte hij. ‘Jij je zin. Als jij me helpt met mijn vader, dan ik help jou met de kaas.’ 

‘Beloofd?’ vroeg Toby.

‘Beloofd’, zei Simo.

—————————

Even later glipten Simo en Toby de keuken in. Zowel de kok als de kat waren nergens te bekennen. 

‘Waar is meneer Muis?’ vroeg Toby.

Simo wees naar de planken boven het aanrecht. Helemaal bovenin stond de pot waar de kok zijn vader in had gevangen. 

Samen klommen ze het aanrecht op en klauterden ze steeds verder omhoog. Het was een lastige klim over dunne buizen, smalle richels en planken die helemaal vol stonden met potten en pannen. Simo glipte er makkelijk tussendoor, maar Toby stootte halverwege bijna een pan van de plank. Gelukkig kon Simo hem net op tijd tegenhouden.

‘Pas nou op’, mopperde hij. Als de pan op de grond zou kletteren, dan zouden ze zeker worden ontdekt door de kok. 

Maar niet veel later had ook Simo pech. Hij zette zijn pootje in een druppeltje gladde olie, waardoor hij van de smalle richel gleed waar ze op stonden. Toby greep hem razendsnel bij zijn staart en trok hem weer omhoog. Simo moest even slikken toen hij de diepte zag waar hij bijna in was gevallen. 

Ze bleven klimmen en uiteindelijk kwamen ze zonder verdere problemen op de hoogste plank terecht. Meneer Muis zag een beetje bleek, maar toen hij Simo zag, klaarde hij meteen op.

Toby bekeek de pot waar meneer Muis in zat eens goed. Het was een hoge pot met dik glas, maar Toby knikte tevreden. ‘Met z’n tweeën moet het wel lukken’, zei hij. Hij legde zijn voorpootjes op de pot en zette zich schrap. ‘Mini-muis, help me om de pot om te duwen.’

‘Noem me niet steeds mini-muis!’ mopperde Simo terwijl hij naast Toby ging staan. Samen duwden ze zo hard als ze konden tegen de pot. Die wiebelde wel heen en weer, maar het was net niet genoeg. De pot bleef rechtop staan.

‘Kom op, mini-muis. Je hebt toch wel ergens spieren zitten in dat kleine muizenlijfje van je?’ zei Toby spottend. 

Dat was de laatste druppel voor Simo. Hij werd zo boos dat zijn vacht rechtop ging staan en zijn snorharen begonnen te trillen. ‘Noem me geen mini-muis!’ schreeuwde hij zo hard dat Toby’s oren ervan suisden. Uit frustratie gaf hij een extra harde duw tegen de pot.

Dat was precies het laatste zetje wat ze nodig hadden. De pot viel met een doffe bons op zijn kant en Meneer Muis kon er makkelijk uitkruipen.

‘Ik wist wel dat je het in je had’, zei Toby triomfantelijk. 

Simo wist even niet wat hij moest zeggen. Blijkbaar was hij toch sterker dan hij dacht! 

‘Bedankt, allebei!’ zei meneer Muis opgelucht. ‘Laten we snel naar beneden gaan.’

Gelukkig gaat naar beneden altijd makkelijker dan omhoog, dus in een mum van tijd stonden ze alle drie weer veilig op de grond. 

Toby sprong enthousiast op. ‘Mijn beurt!’

Opeens hoorden ze achter de buitendeur een krassend geluid. 

Simo’s ogen werden groot van angst. ‘De kat!’ 

‘Geen zorgen’, zei Toby. ‘Dat is alleen maar de kok die een stoel verschuift op het terras.’

Maar Simo duwde meneer Muis al zo snel als hij kon naar de deur. 

Toby rende achter hem aan. ‘Wacht eens even. Je zou me helpen.’ 

‘Ik wil niet worden opgegeten!’

‘Ik zei toch dat het de kat niet is?’ zuchtte Toby.

‘Dat weet je helemaal niet.’

‘Dat weet ik wel. En je moet me helpen, want je hebt het beloofd!’

Simo schudde zijn hoofd. ‘Dat is veel te gevaarlijk. Misschien kunnen we later terugkomen en–’

Maar Toby luisterde niet meer. Hij keek Simo alleen maar boos aan. Toen het wel duidelijk was dat die hem echt niet ging helpen, rende hij de keuken uit.

‘Wat is er aan de hand?’ vroeg meneer Muis, terwijl hij en Simo snel terug naar hun holletje liepen. Simo vertelde zijn vader over de afspraak die hij had met Toby. 

‘Dat is niet netjes van je, Simo’, zei meneer Muis streng. ‘Beloofd is beloofd.’

Simo liet zijn hoofd hangen. Zijn vader had natuurlijk gelijk. Toby was zijn deel van de afspraak goed nagekomen. Zonder hem zou meneer Muis nu een lekker hapje zijn voor de kat. 

Nu Simo erover nadacht had Toby eigenlijk niet alleen zijn vader, maar ook hem gered. Had hij hem tenslotte niet op het nippertje weer omhoog gehesen toen hij bijna van die smalle richel was gevallen?

Plotseling schaamde Simo zich diep. Hoe had hij Toby bedankt voor zijn hulp? Door hem in de steek te laten en zijn belofte te verbreken. Hij moest het goedmaken, maar hoe? 

Gelukkig had meneer Muis wel een idee.

—————————

De volgende ochtend klopte Simo al vroeg bij Toby aan. Toby opende de deur, maar toen hij Simo zag staan wilde hij hem meteen weer dichtdoen. 

‘Wacht!’ zei Simo. Hij glipte snel door de deur naar binnen.

‘Ga weg, mini-muis.’ 

‘Niet voordat ik sorry heb gezegd.’ Simo liet zijn hoofd hangen. ‘Het spijt me, Toby.’

‘Dat zal wel’, mompelde Toby.

‘Het spijt me echt. Ik heb je in de steek gelaten en dat was niet eerlijk. Sorry dat ik mijn belofte heb verbroken.’

Toby zag dat Simo echt spijt had en voelde zich al wat minder boos. 

‘Het spijt me echt’, zei Simo nog een keer. 

Toby zuchtte diep. ‘Het is al goed.’

Maar Simo schudde zijn hoofd. ‘Beloofd is beloofd.’ Hij ging vlug naar buiten en schoof even later met veel moeite iets groots en geels door de voordeur naar binnen.

Toby kon zijn ogen niet geloven. Daar in zijn deuropening stond het gigantische stuk kaas waar hij al weken naar verlangde. 

‘De kaas!’ riep hij. ‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’

Simo glimlachte verlegen. ‘Mijn vader heeft me geholpen. We hebben hem vanochtend uit de keuken gestolen.’ 

Vol bewondering liep Toby een rondje om de kaas. Van dichtbij leek hij nog groter. Dit was geweldig! Het rook zo lekker dat hij het meteen moest proeven. Hij brak een stukje af en wilde het in zijn mond doen, maar toen bedacht hij zich. Hij brak nog een stukje af en stak dat uit naar Simo. ‘Wil je ook een stukje?’

Simo kon amper geloven dat Toby met hem wilde delen, maar hij knikte en nam het dankbaar aan. 

Zwijgend aten ze hun stukje kaas. Het was zonder twijfel de lekkerste kaas die ze ooit hadden geproefd.

‘Wauw’, zuchtte Toby.

‘Echt wel’, zei Simo.

Even viel er een stilte, maar toen schoten ze allebei in de lach.

‘Betekent dit dat we nu vrienden zijn, mini-muis?’ zei Toby.

Simo slikte zijn laatste hapje kaas door. ‘Dat denk ik wel.’ Hij keek Toby ernstig aan. ‘Op één voorwaarde.’

‘En wat is dat dan wel?’

‘Dat je me nooit meer mini-muis noemt!’

‘Beloofd!’ glimlachte Toby.

 

Afbeelding gemaakt door @tessa.prints