Kinderverhaal vanaf 8 jaar

De puddingbroodjesruzie

Hoewel de bakkerijen van bakker Bommel en bakker Buijs pal naast elkaar staan, zijn ze niet bepaald vrienden. Integendeel! Als ze beiden meedoen met een puddingbroodjeswedstrijd, krijgen ze zo’n grote ruzie dat het steeds verder uit de hand loopt.

Het verhaal

Iedereen in de wijde omtrek van het dorpje Klein Deelsum kende bakker Bommel en bakker Buijs. Niet vanwege de bijzonder lekkere bolletjes van bakker Bommel of de heerlijke banketbakkersroom van bakker Buijs. Nee, het waren goede bakkers, maar dat maakte ze niet bijzonder. Het was zelfs niet omdat hun bakkerijen precies naast elkaar stonden en alleen van elkaar gescheiden werden door een dunne stenen muur. Dit was natuurlijk bijzonder onhandig, maar het was al zolang zo dat niemand meer wist hoe dat nou eigenlijk zo gekomen was. 

Waar iedereen bakker Bommel en bakker Buijs wel van kende, was vanwege hun spectaculaire ruzies die regelmatig uit de hand liepen. Beide bakkers hadden namelijk een ontzettende hekel aan elkaar en daar herinnerden ze elkaar maar wat graag aan. Het resultaat was dat ze bijna dagelijks naar elkaar stonden te schreeuwen, kwaad op de muur tussen hun beide bakkerijen stonden te bonken en elkaars bakkerijen probeerden te saboteren. Als bakker Bommel twee puddingbroodjes voor de prijs van één aanbood, dan had bakker Buijs de volgende dag drie puddingbroodjes voor de prijs van één in de aanbieding. Als bakker Buijs een speciale korting had voor vaste klanten, dan had bakker Bommel diezelfde dag een nog hogere korting, voor álle klanten. 

Hoewel ze zo verschillend waren als maar kon, was er ook een tijd geweest waarin ze goed met elkaar op konden schieten. Bakker Bommel was vrij mager en was bijna twee meter lang. Hij bewoog altijd wat ongemakkelijk, alsof hij nog moest wennen aan zijn lange armen en benen. Hij was een serieuze man die erg trots was op zijn bakkerij en de producten die hij maakte. Bakker Buijs was een kleine, brede man met een enorme walrussnor en een rond brilletje op de punt van zijn neus. In tegenstelling tot bakker Bommel was hij een joviale man die graag lachte en liever met zijn klanten kletste dan broden bakte. Toch was ook hij erg trots op zijn bakkerij, die hij net als bakker Bommel van zijn vader had geërfd. Hun vaders waren beste vrienden geweest en waren erg geliefd in het dorp. De bakkers wilden zo graag de erfenis van hun vader in ere houden, dat ze langzaam maar zeker elkaars concurrenten werden. Toch hadden ze respect voor elkaar en groetten ze elkaar altijd vriendelijk. Tot de dag dat ze ruzie kregen.

Deze ruzie begon jaren geleden toen ze beiden meededen aan een puddingbroodjeswedstrijd. Bakker Bommel had heerlijke broodjes, maar zijn room was niks bijzonders. Bakker Buijs had geweldige room, maar zijn bolletjes waren een beetje droog. Ze kwamen beiden in de finale en de jury kon maar niet beslissen wie de lekkerste puddingbroodjes had gemaakt. De spanning liep steeds hoger op, totdat Bakker Bommel bakker Buijs ervan beschuldigde dat hij geen echte bakker was, omdat hij vond dat echte bakkers geen droge bolletjes maken. Daarop had Bakker Buijs bakker Bommel uitgelachen en gezegd dat hij gewoon jaloers was en dat hij alle bakkers te schande maakte met het smaakloze prutje dat hij banketbakkersroom durfde te noemen. Bakker Bommel stond vervolgens zo woedend met zijn armen te zwaaien dat hij per ongeluk een puddingbroodje raakte. Het broodje vloog door de lucht en kletste zo in het gezicht van bakker Buijs. Terwijl de room uit zijn enorme snor droop, werd bakker Buijs zo kwaad dat hij drie broodjes tegelijk naar bakker Bommel gooide. Die kon niet op tijd opzij springen en kreeg ze allemaal op zijn nette blouse. 

Dit was het begin van een scheldpartij die tot ver in de avond aanhield. Ze werden beide gediskwalificeerd door de jury en de hoofdprijs ging naar de nummer drie, een matige bakker die een dorp verderop woonde. Bakker Bommel en bakker Buijs gaven elkaar de schuld van de diskwalificatie en geen van beide had vanaf dat moment nog een goed woord voor de ander over. Eerst probeerden ze elkaar nog te vermijden, maar doordat hun bakkerijen pal naast elkaar stonden en ze elkaar dus elke dag tegenkwamen, was dat niet te doen. 

——————————-

Veel mensen die in Klein Deelsum woonden hadden schoon genoeg van de ruzies en haalden inmiddels hun brood en gebak bij andere bakkers in andere dorpen. Dat was dan wel verder weg en de puddingbroodjes waren minder lekker, maar daar konden ze tenminste rustig boodschappen doen. Zo kwam het dat bakker Bommel en bakker Buijs steeds minder klanten kregen. Natuurlijk gaven ze elkaar daarvan de schuld. Daar kwam nog bij dat nu ze minder klanten hadden, ze ook meer tijd hadden om ruzie te maken. Elke dag stonden ze meerdere keren tegen elkaar op te scheppen over het aantal klanten dat ze die dag al hadden gehad of het aantal verkochte puddingbroodjes. 

Week na week kwamen er minder klanten, tot er op een dag helemaal niemand meer kwam. Bakker Bommel stormde zijn bakkerij uit, rende naar binnen bij bakker Buijs en greep hem bij zijn jasje. 

“Zie je nou wat je hebt gedaan?!” brieste hij. Hij trok bakker Buijs zowat over de toonbank van woede. 

“Wat ík heb gedaan? Wat jíj hebt gedaan bedoel je zeker!” Met een ruk trok hij zich los uit de greep van bakker Bommel en rende achter de toonbank vandaan. Hij ging zo dicht bij bakker Bommel staan dat hij zijn hoofd helemaal in zijn nek moest leggen om hem aan te kijken. 

“Je kan het gewoon niet hebben dat ik een betere bakker ben dan jij.”

“Jij een betere bakker? Laat me niet lachen.”

“Als jij niet was begonnen met puddingbroodjes gooien, dan had ik die wedstrijd gewoon gewonnen.”

“Ha! In je dromen, Buijs. Met die droge bolletjes van je zeker?”

“Oh, jij denkt natuurlijk dat de jury onder de indruk was van die waterige soep die jij banketbakkersroom durft te noemen?” 

“Geef nu maar toe dat mijn puddingbroodjes lekkerder zijn.”

“Nooit!” Bakker Buijs rende zijn bakkerij uit en stormde de bakkerij van bakker Bommel in. Hij pakte een bak met room, rende weer naar buiten en kieperde het leeg voor de voeten van bakker Bommel, die inmiddels ook naar buiten was gekomen. 

“Hé!” riep hij verschrikt terwijl het room over zijn schoenen en broekspijpen klotste. 

“Hier, hartstikke waterig”, zei bakker Buijs met een grijns. Maar zijn grijns verdween meteen toen bakker Bommel de bakkerij weer in stormde en naar buiten kwam met een arm vol bolletjes. Hij gooide ze een voor een zo hard hij kon naar bakker Buijs. Die kon ze niet allemaal ontwijken en eentje kwam zelfs zo hard tegen zijn gezicht dat zijn bril van zijn neus vloog.

“Au!”

“Zie je? Dat bedoel ik nou”, zei bakker Bommel. “Die bolletjes van jou zijn net bakstenen. Hoe durf je die te verkopen? Echt schandalig.”

De ruzie duurde maar en duurde maar en beide bakkers bleven elkaars room en bolletjes naar elkaar gooien. Toen dat uiteindelijk op was, begon bakker Bommel met zijn eigen verse bolletjes te gooien en bakker Buijs met zijn heerlijke banketbakkersroom. Binnen de kortste keren was de hele straat bezaaid met bolletjes en room en leek het alsof er een vrachtwagen met puddingbroodjes was ontploft. De ruzie duurde zo lang dat beide bakkers uiteindelijk hun armen niet meer op konden tillen van vermoeidheid en ze uitgeput op de stoep voor hun bakkerijen zaten uit te hijgen. 

Na een tijdje kreeg bakker Bommel trek. Hij wilde niet opstaan, dus pakte hij een van zijn bolletjes die vlak bij hem lag. Er zat allemaal room op van bakker Buijs, maar hij was te moe om het er af te halen.

“Voor deze ene keer dan”, mompelde hij tegen zichzelf en hij nam een grote hap. Meteen veerde hij op. Dat was lekker zeg! Bakker Buijs keek hem vreemd aan, maar zei niets. Bakker Bommel keek om zich heen of hij nog zo’n puddingbroodje kon vinden met de combinatie van zijn bolletje en de room van bakker Buijs. Dat was helemaal niet moeilijk en hij hield het puddingbroodje voor de neus van bakker Buijs. Die twijfelde even, maar nam het toen toch aan. Zijn ogen lichtten meteen op toen hij de eerste hap had genomen. Binnen tien seconden had hij het broodje op. Bakker Bommel ging naast hem op de stoep zitten en er viel een lange stilte. 

“Wat nou…” zei bakker Buijs na een tijdje voorzichtig, “wat nou… als we als we voortaan samen puddingbroodjes maken?” Bakker Bommel keek hem ongelovig aan.

“Samen?”

“Ja, met jouw bolletjes en mijn room.” Bakker Bommel zuchtte diep.

“Jouw room is wel erg lekker.”

“En jouw bolletjes zijn ook erg goed.”

“We zouden de beste puddingbroodjes maken van alle bakkers in de omgeving.”

“De beste van het land.”

“Onze klanten zouden weer terug komen.”

“We zouden alle wedstrijden winnen.” De bakkers keken elkaar aan en een brede glimlach verscheen langzaam op hun gezichten. Ze stonden op en gaven elkaar plechtig een hand.

“Afgesproken”, zei bakker Bommel.

“Afgesproken”, knikte bakker Buijs. Toen keken ze eens goed om zich heen.

“Oei”, zei bakker Buijs toen hij de chaos zag in de straat. Zelfs de lantaarnpalen, de auto’s en de bomen waren bedekt met een dikke laag brood en room. 

Ze stonden een tijdje stilzwijgend naar de rotzooi te kijken die ze hadden veroorzaakt. Plotseling schoot bakker Bommel in de lach. Eerst was het een gewone lach, maar al snel kon hij niet meer stoppen en liepen de tranen over zijn wangen. Ook bakker Buijs kon zich daarna niet meer inhouden. Hikkend van het lachen stonden de twee bakkers daar in de straat. Ze maakten zo’n lawaai dat het drie straten verderop te horen was. De slappe lach leek eindeloos te duren, maar toen het eindelijk voorbij was, hadden ze beiden zo’n buikpijn dat ze niet meer rechtop konden staan. 

Ze schaamden zich dat ze er zo’n zootje van hadden gemaakt en gingen aan het werk om de straat schoon te maken. Ze waren tot diep in de nacht bezig, maar toen was alles opgeruimd en leek het alsof er niks gebeurd was. De bakkers waren doodop en gingen rechtstreeks naar bed. 

——————————-

De volgende ochtend maakten bakker Bommel en bakker Buijs voor het eerst samen puddingbroodjes en ze waren er beide over eens dat dit de beste puddingbroodjes waren die ze ooit zelf hadden geproefd. Helaas wist heel Klein Deelsum wat er de vorige dag was gebeurd en ook de naburige dorpen hoorden van de uit de hand gelopen ruzie. Niemand wilde in de buurt komen van de ruziënde bakkers en iedereen ging met een boogje om de bakkerijen heen. 

De hele dag hadden ze geen enkele klant en begonnen ze langzaam de moed op te geven. Totdat er aan het einde van de middag opeens een oud vrouwtje de bakkerij van bakker Bommel in liep. Bakker Bommel en bakker Buijs keken elkaar hoopvol aan. Het vrouwtje was erg doof en had helemaal niks gehoord van de ruzie. Bakker Bommel was zo blij dat er eindelijk een klant was gekomen, dat hij haar een gratis puddingbroodje aanbood. Ze nam het aan en begon hem heel langzaam op te eten. Bakker Bommel en bakker Buijs voelden het zweet op hun voorhoofd staan, terwijl ze gespannen wachtten tot het vrouwtje het puddingbroodje op had. Zou ze het lekker vinden?

Toen het vrouwtje eindelijk de laatste hap doorslikte, nam ze nog uitgebreid de tijd om de room van haar vingers te likken. Bakker Bommel was zo op van de spanning dat hij bijna omviel. Bakker Buijs kon hem nog net op tijd weer op zijn voeten zetten. Het oude vrouwtje keek van bakker Bommel naar bakker Buijs en weer terug. Langzaam krulde haar mondhoeken omhoog en begon ze te stralen. Ze bestelde meteen twee zakken puddingbroodjes om uit te delen aan haar vrienden. De twee bakkers begonnen te juichen en sloegen elkaar op de schouders. Hun puddingbroodjes vielen in de smaak! Hopelijk zouden ze nu weer wat klanten terug krijgen.

Het vrouwtje bleek een ster te zijn in het maken van reclame, want een paar dagen later stonden beide bakkerijen vol met klanten die allemaal puddingbroodjes wilden bestellen. Bakker Bommel en bakker Buijs konden hun geluk niet op. Ze konden beter met elkaar overweg dan ze ooit hadden durven dromen en toen de volgende puddingbroodjeswedstrijd werd georganiseerd, schreven ze zich samen in. Alle juryleden waren het er unaniem over eens dat de puddingbroodjes van bakker Bommel en bakker Buijs de beste waren die ze ooit hadden geproefd, en uiteraard wonnen ze de hoofdprijs. De trofee stond trots bij bakker Bommel voor het raam en een week later bij bakker Buijs in de vitrine. Zo wisselden ze de trofee elke week af. 

Tot bakker Buijs op een dag voorstelde om de stenen muur tussen hun beide bakkerijen te slopen en er zo één grote bakkerij van te maken. Bakker Bommel ging akkoord en nog geen week later was de muur weg en stonden ze elke dag zij aan zij puddingbroodjes te maken in hun gezamenlijke bakkerij. Al hun klanten waren teruggekomen en ze kregen er zelfs een hoop nieuwe klanten bij die van hun beroemde puddingbroodjes hadden gehoord. 

De bakkers waren gelukkiger dan ooit en als ze terugdachten aan de tijd dat ze elkaar het leven zuur maakten, kregen ze altijd meteen weer de slappe lach. Dat ging zo luidruchtig dat het in het hele dorp te horen was. En dan knipoogden de mensen in het dorp naar elkaar, want ze wisten precies waar de bakkers zo om moesten lachen.

De puddingbroodjesruzie!

 

Verder lezen? Bekijk alle kinderverhalen vanaf 8 jaar