Luuk houdt helemaal niet van Halloween. Hij vindt al die griezelige kostuums en spookachtige versieringen veel te eng. Maar als hij wegvlucht van een Halloweenfeestje komt hij per ongeluk in De spooklantaarn terecht. Een restaurant voor echte spoken en griezels die alleen verschijnt met Halloween!
Het verhaal
Lachende stemmen kwamen dichterbij. Luuk kroop nog wat verder weg achter de heg en trok zijn zwarte cape over zijn hoofd. Een spook, een heks en Frankensteins monster liepen druk pratend langs de heg. Geen echte natuurlijk. Luuk was tenslotte zelf ook niet echt een vampier, ook al had hij plastic punttanden in zijn mond en een zwarte cape om zijn schouders. Maar dat maakte het allemaal niet minder griezelig. Hij durfde vanmiddag niet eens naar zijn eigen spiegelbeeld te kijken. Veel te eng, zo’n vampier.
Luuk was weggevlucht van het Halloweenfeestje zodra hij de kans kreeg. Wie had ooit bedacht dat zoiets leuk zou moeten zijn? Overal kinderen in een eng kostuum, spinnenwebben aan het plafond, snacks met eetbare oogballen en drankjes in vreemde kleuren. Nee, dat was zeker niet Luuks idee van een leuk feestje.
En nu zat hij daar, bibberend achter de heg. Hij durfde niet terug naar het feestje, maar hij kon ook niet naar huis. Dan zou hij aan zijn moeder moeten uitleggen waarom hij zo snel terug was. En zijn zus zou hem voor de rest van zijn leven uitlachen dat hij zo’n bangerik was, daar kon je op rekenen.
Weer liepen een paar kinderen langs de heg. Het waren twee zombies die zo enthousiast met elkaar aan het stoeien waren dat eentje halsoverkop in de heg viel. Gierend van het lachen trok de andere zombie hem weer overeind.
Luuks hart bonsde zo hard dat zijn oren suisden. Hij moest hier weg, voordat hij werd ontdekt.
Voorzichtig keek hij over de heg heen. Niemand te zien. Luuk greep zijn kans en maakte dat hij wegkwam.
Doelloos dwaalde hij even later door de stad. Hij besloot om gewoon maar te blijven lopen totdat het laat genoeg was om naar huis te gaan.
Straat na straat ging voorbij zonder dat hij een bestemming in gedachten had. Hij staarde naar de grond en zette gewoon maar de ene voet voor de ander. Zo kwam het dat hij veel te laat merkte dat de vogeltjes waren opgehouden met fluiten, de wind niet meer waaide en de geluiden van auto’s en fietsen waren weggestorven.
Hij bleef abrupt staan toen twee stoffige schoenen voor die van hem verschenen.
‘Hallo’, zei een vriendelijke stem.
Luuk keek op, recht in het gezicht van een meisje verkleed als mummie. Hij slaakte een gil en deinsde achteruit.
‘Oeps, sorry. Ik wilde je niet laten schrikken’, giechelde het mummie-meisje. Ze bekeek hem met een nieuwsgierige blik. ‘Ben je nieuw? Ik heb je hier nog nooit eerder gezien.’
Luuk wilde iets terug zeggen, maar zijn stem leek niet te werken. Het bruine verband dat het meisje om haar hele lichaam had gewikkeld leek zo oud en stoffig dat Luuk niet anders kon dan staren. Hij kon geen enkel stukje huid zien en zelfs de ogen van het meisje waren niets meer dan donkere gaten. Hij had nog nooit zo’n goed mummiekostuum gezien.
Doodeng was het.
‘Ik ben Wikkelien’, zei het meisje. ‘Hoe heet jij?’
Het duurde even voor Luuk zijn stem weer vond. ‘L-Luuk.’
Wikkelien glimlachte. ‘Welkom in restaurant De spooklantaarn.’
Luuk had niet eens gemerkt dat hij in het park terecht was gekomen. Hij stond op een grasveldje waar hij weleens voetbalde. Maar nu zag het er heel anders uit. Zo anders dat hij het amper herkende.
Op het veld waren tafeltjes opgesteld met zwarte tafelkleden en brandende kaarsen. De paden werden spookachtig verlicht door oranje en groene lampionnen die in de bomen hingen. Vleermuizen fladderden in het rond en mensen in Halloween-kostuums zaten aan de tafeltjes druk te praten.
Luuk kon zijn ogen niet geloven. Was hij per ongeluk van het ene Halloweenfeestje op een andere terecht gekomen? Wat een pech!
‘Ik eh– Ik moet er weer vandoor’, zei hij tegen Wikkelien en deed alvast een paar stappen naar achteren. ‘Maar het was leuk je te–’ Voordat hij zijn zin kon afmaken, bleef zijn voet achter iets langwerpigs haken. Wild zwaaiend met zijn armen viel hij achterover op de grond. Een beetje beduusd staarde hij omhoog naar Wikkelien.
Ze giechelde en stak haar hand naar hem uit.
Beschaamd pakte Luuk haar hand en liet zich omhoog hijsen. Meteen liet hij weer los. Waarom voelde haar hand zo ruw en zanderig? Onopvallend veegde hij het af aan zijn broek.
Wikkelien zag het niet, want ze bestudeerde het voorwerp waar Luuk over gestruikeld was. ‘Regina!’ riep ze over het veld. ‘Ik heb je bot gevonden.’
Luuk hoorde een vreemd rammelend geluid toen van één van de tafeltjes een skelet opstond en hun kant op kwam. Maar dit skelet klopte helemaal niet. De botten van de ene arm waren veel langer dan de andere en hetzelfde gold voor de benen. Ook misten er een paar ribben, die in plaats van in de ribbenkast uit haar schouder leken te groeien. Het was als een puzzel die in elkaar was gezet door iemand die geen idee had hoe een skelet er precies uit hoorde te zien.
‘Dit is Regina Rammel’, stelde Wikkelien het skelet aan Luuk voor.
Luuk wist even niet of hij bang of onder de indruk moest zijn. Hij kon namelijk dwars door Regina heen kijken. Hoe kon iemand zo’n realistisch kostuum maken? Of zou het een hologram zijn? Hij moest zijn best doen om niet zijn hand door haar ribbenkast te steken om het te checken.
‘Ach’, zei Regina geïnteresseerd, terwijl we ze het bot van Wikkelien aannam en in haar ribbenkast stak. Daar hoorde hij duidelijk niet, maar Luuk durfde er niks van te zeggen. Naast hem giechelde Wikkelien zachtjes in zichzelf.
‘Is dit de nieuwe hulp voor in de bediening?’ zei Regina. Zelfs haar stem rammelde een beetje als ze praatte. ‘Wat een schatje!’
Luuk wilde protesteren. Hij was tenslotte al een jongen van tien. Veel te oud om ‘een schatje’ te worden genoemd. Maar hij durfde niks te zeggen.
Wikkelien sloeg haar hand voor haar hoofd en riep, ‘Oh, natuurlijk!’ Een klein straaltje zand dwarrelde van haar arm op de grond door de beweging. ‘Ik was helemaal vergeten dat papa extra hulp had ingehuurd. Hij zei al dat er een vampier kwam.’ Verbaasd nam ze Luuk in zich op. ‘Ik wist niet dat je zo jong zou zijn.’
De woorden ‘Ik ben al tien, hoor!’ lagen weer op Luuks tong, maar toen realiseerde hij zich wat ze had gezegd. Een vampier? Luuk voelde met zijn tong aan de plastic punttanden in zijn mond. Hij was al bijna vergeten dat hij een vampierkostuum aanhad. Ze dacht toch niet echt dat hij een vampier was? Maar Wikkelien had geen grapje gemaakt, dat was wel duidelijk.
‘Het werd hoog tijd dat je wat gezelschap kreeg van je eigen leeftijd, lieverd’, zei Regina tegen Wikkelien. Ze stapte op Luuk af en gaf hem een dikke knuffel. ‘Wat fijn dat je er bent.’
Luuk verstijfde zodra ze hem aanraakte en zijn knieën werden slap als pudding. Hij voelde namelijk niets dan botten en lucht in zijn lichaam drukken. Geen huid, geen spieren, geen pezen. Dat kon maar één ding betekenen.
In een flits werd alles hem helemaal duidelijk.
Regina was geen hologram. En ze had ook geen kostuum aan. Regina was een levend skelet. En dat betekende vast dat Wikkelien een echte mummie was. Vandaar al het zand en de lege ogen. Dit was helemaal geen Halloweenfeestje, maar een restaurant met echte monsters!
Een paniekerig piepgeluidje ontsnapte uit zijn mond.
Regina klopte hem geruststellend op zijn schouder. ‘Geen zorgen, jongen. De eerste dag is altijd spannend. Wikkelien laat je wel zien hoe alles werkt in de bediening. Je doet het vast geweldig!’ Ze rammelde luidruchtig terug naar haar tafeltje. ‘Oh, en er is in geen honderd jaar een mens gezien in ons restaurant, dus je hoeft echt nergens bang voor te zijn’, riep ze over haar schouder.
Een koude rilling liep over Luuks ruggengraat. Geen enkel mens? Hielden griezels net zo min van mensen als mensen van griezels? En wat zouden ze dan met hem doen als ze erachter kwamen dat hij geen monster was, maar een mens? Zouden ze hem opeten? of nog erger?
Er zat maar één ding op. Hij moest doen alsof hij echt een vampier was. Snel checkte hij of zijn punttanden nog op hun plek zaten en trok zijn cape wat dichter om hem heen.
‘Volg mij maar’, zei Wikkelien.
Luuk liep achter haar aan naar de bar aan de zijkant van het restaurant, waar een hele keuken achter zat. Tussen de aanrechten, kookplaten en koelkasten lag een pad van zand in het gras. Een volwassen mummie stond druk in potten en pannen te roeren en rende heen en weer tussen verschillende ovens.
‘Pap?’ zei Wikkelien.
De mummie draaide zich om en wees naar twee dampende borden die op de bar stonden. ‘Waar bleef je nou? Deze zijn voor tafel drie.’
Wikkelien wees op Luuk. ‘Dit is Luuk. Hij komt helpen in de bediening.’
‘Ah, de vampier!’ glimlachte de mummie. ‘Welkom, Luuk. Ik ben Chef Toet. We kunnen je hulp goed gebruiken hier. Wikkelien zal je alles uitleggen.’
Luuk hoorde het maar half. Hij zat met grote ogen naar de borden te staren die op de bar stonden. Of beter gezegd, naar het eten dat erop lag. Het waren gevulde pasteitjes gemaakt van bladerdeeg, zoals zijn moeder ook weleens maakte. Maar deze pasteitjes waren gifgroen in plaats van goudbruin. En de vulling was niet gemaakt van vlees of groenten, maar van insecten. Levende insecten. Luuk zag friemelende pootjes, krioelende lichaampjes en kriebelende voelsprieten van torren, spinnen, wormen, krekels en meer.
Hij voelde zijn maag al protesteren. ‘Eh, Wikkelien? Wat zijn dit?’
‘Ziet er goed uit, hè?’ zei Wikkelien trots. ‘Papa kookt al 1000 jaar in De spooklantaarn. Kriebelpasteitjes zijn een van zijn specialiteiten.’ Ze duwde een bord in Luuks handen en pakte zelf de andere. ‘Deze zijn voor Regina’s tafel.’
Luuk hield het bord zo ver mogelijk van hem vandaan, maar volgde Wikkelien naar het tafeltje waar Regina samen met een enorme wolf zat. Een weerwolf, besefte Luuk zodra hij het bord op tafel zette. Snel deed een stap achteruit. Weg van de weerwolf, en weg van die vreselijke pasteitjes. Het was net of hij de insecten over zijn hele lichaam kon voelen kriebelen. Hij kon nog net een rilling onderdrukken.
‘Bedankt, lieverd’, zei Regina toen ook Wikkelien haar bord op tafel zette. ‘Hier keek ik al het hele jaar naar uit.’
De weerwolf gromde alleen maar wat. Het moest vast ‘dank je wel’ betekenen, want Wikkelien glimlachte naar hem en zei ‘graag gedaan’.
‘Wat bedoelde ze met ‘het hele jaar’? vroeg Luuk terwijl ze terugliepen naar de bar.
‘Het restaurant verschijnt maar één keer per jaar, tijdens Halloween’, legde Wikkelien uit. ‘Anders is de kans veel te groot dat we ontdekt worden door mensen.’
‘Waarom dan wel met Halloween?’ zei Luuk.
‘Als iemand ons ziet, dan zal het lijken alsof we een Halloweenfeestje aan het houden zijn. Je weet wel, met kostuums en zo.’
Daar kon Luuk zich wel iets bij voorstellen. Tenslotte had hij ook even gedacht dat hij op een doodgewoon kostuumfeestje was beland.
‘Ben je klaar voor het volgende bord?’ vroeg Wikkelien.
Luuk voelde zijn handen klam worden. ‘Meer kriebelpasteitjes?’
Wikkelien keek over de bar heen wat haar vader op de borden schepte. ‘Zo te zien is het slijmsalade.’
Luuk had geen idee wat dat was, maar het klonk niet erg veelbelovend.
‘Hier’, zei Wikkelien en schoof een gekleurd stuk papier naar hem toe. ‘Dit is het menu. Dan weet je alvast wat we allemaal serveren in het restaurant.’

Luuk bestudeerde het menu en trok zijn neus op. Gegrilde glibberwormen? Vleermuizensoep? Vergiftigde appels uit de oven? Het klonk stuk voor stuk vreselijk vies. Zouden monsters het eten van mensen net zo afschuwelijk vinden als Luuk deze gerechten vond?
De slijmsalade waar Wikkelien het over had, bleek voor drie heksenzussen te zijn.
‘Ze willen altijd per se het beste tafeltje in het maanlicht’, fluisterde Wikkelien toen zij en Luuk de borden naar hun tafeltje brachten.
De zussen zaten inderdaad badend in het maanlicht met elkaar te praten. Ze leken zo erg op elkaar dat Luuk vermoedde dat het een drieling was. Ze hadden alle drie een grijzig groene huid en gele ogen en droegen zwarte puntmutsen en zilverkleurige jurken die fel glansden in het maanlicht. De jurken leken wel van spinrag gemaakt, dacht Luuk toen hij dichterbij kwam. Hij had gelijk, want toen hij het bord met slijmsalade voor een van de heksen op tafel zette, zag hij een paar spinnen wegkruipen in haar mouw.
De salade was dan misschien niet zo griezelig als de kriebelpasteitjes, maar het was minstens zo misselijkmakend. De salade bestond uit een soort van groene gelei en zat vol met bruine en zwarte stukjes. Het deed Luuk nog het meest denken aan een bord vol snot. Hij keek dan ook snel de andere kant op toen een van de heksen een grote hap nam.
Ongelukkig slenterde Luuk achter Wikkelien aan, terug naar de bar. Hij probeerde te bedenken hoe hij ongezien kon wegslippen uit het restaurant, maar er kwam niks in hem op. Wikkelien zou het zeker merken. Voorlopig zou hij hier dus nog moeten blijven. Hoe ging hij deze avond overleven?
De volgende bestelling was de pompoenschotel met griezelpasta. Dit was tot nu toe het meest normale bord met eten. Gewoon een schotel uit de oven met pasta. De pasta had dan wel de vorm van schreeuwende gezichten, maar gelukkig kriebelde er niks en rook het zelfs best smakelijk. Luuk haalde opgelucht adem. Maar hij had te vroeg gejuicht. Hij had het bord nog maar net in zijn handen toen de pasta opeens tot leven kwam. Tien schreeuwende gezichten riepen tegelijkertijd keihard ‘boe!’ in zijn gezicht.
Luuk maakte een sprongetje van schrik. Het bord glipte uit zijn handen, waardoor de pasta in het gras klotste. Het schatergelach van de griezelpasta echode door het hele restaurant.
‘Sorry’, wist Luuk uit te brengen. Snel dook hij naar de grond om het bord op te pakken en de grassprietjes er vanaf te vegen. Gelukkig was het bord nog heel. Met een rood hoofd zette hij het lege bord op de bar.
‘Heb je nog nooit griezelpasta gezien, jongen?’ grijnsde Chef Toet.
Ook Wikkelien lag dubbel van het lachen. ‘Voor een vampier ben je wel erg schrikkerig, zeg.’
Luuk wendde snel zijn gezicht af.
Intussen maakte chef Toet een nieuw bord met griezelpasta en schoof dat naar Luuk. ‘Tafel twee’, knipoogde hij.
Luuk hield het bord zo ver mogelijk van zich af. Je wist het maar nooit met die griezelpasta.
Hij had tafel twee zo gevonden, maar zag niemand zitten. Een beetje verloren stond hij daar met het bord bij een leeg tafeltje. Had Chef Toet zich vergist in het tafelnummer?
‘Ga je dat bord nog neerzetten?’ klonk er opeens een mannenstem. ‘Of moet ik soms uit je handen eten?’
Luuk keek om zich heen, maar zag niemand. Dat was raar.
‘Nou?’ zei de stem weer. ‘Komt er nog wat van?’
Luuk wist niet wat hij moest doen, dus zette hij het bord maar in het midden van de tafel. Zijn mond viel open toen het bord als vanzelf naar een van de stoelen schoof. Daarna zag hij de vork omhoog gaan, in de pasta prikken en richting de stoel zweven. Het hapje verdween in het niets en de vork ging terug naar het bord voor een volgende hap.
‘Sta je altijd zo naar iemand te staren als ‘ie aan het eten is?’ vroeg de stem.
Luuk deed een stap achteruit en keek snel naar zijn voeten. ‘N– Nee, meneer’, stamelde hij.
‘Kom nou, Sammie. Laat de jongen eens met rust. Het is zijn eerste dag.’
Luuk keek achterom en zag dat de opmerking van Regina kwam, die tevreden het laatste hapje van haar kriebelpasteitje doorslikte.
Luuk kon het hapje door haar hele skelet heen zien vallen.
De mannenstem barstte in lachen uit. ‘Sorry, Regina. Ik kon het niet laten.’
Luuk voelde dat iemand zijn rechterhand pakte en hem enthousiast schudde, maar hij zag nog steeds niemand.
‘Ik ben Schimmige Sammie’, zei de stem.
‘Hij is onzichtbaar’, vulde Regina aan.
Dat vermoedde Luuk al, maar toch was het fijn dat iemand het hardop zei. Hij had geen idee wat hij terug moest zeggen, dus zei hij maar gewoon: ‘Ik ben Luuk.’
‘Hé, Luuk?’ vroeg Sammie. ‘Waarom gaan mummies niet naar school?’
‘Eh…’ zei Luuk. Hoe moest hij dat weten? Hij wist helemaal niks over mummies. Gingen die niet naar school?
‘Dat vinden ze te ingewikkeld!’ riep Sammie en hij begon hard te lachen.
Een mop. Het was een mop. Langzaam verscheen er een grijns op Luuks gezicht. Het was eigenlijk best een goeie.
‘Hoe weet je dat een skelet trek heeft?’ ging Sammie verder.
Luuk haalde zijn schouders op.
‘Dan rammelt hij van de honger!’
‘Nou, zeg’, zei Regina beledigd. ‘Zo kan ‘ie wel weer.’
Sammie gierde het uit van het lachen en ook Luuk kon zijn lachen dit keer niet inhouden.
Luuk had thuis wel tien moppenboeken in zijn boekenkast staan. Als het op grappen aankwam dan wist hij er altijd wel eentje te vertellen. Hij boog wat verder naar de stoel waar Sammie op zat en zei, ‘Waarom kunnen spoken geen geheimen bewaren?’
‘Spoken? Geen idee’, zei Sammie.
Luuk grijnsde. ‘Omdat je dwars door ze heen kunt kijken.’
Sammies lach bulderde door het hele restaurant. Verschillende mensen keken om om te kijken wat er aan de hand was. Zelfs Regina moest een beetje glimlachen.
Luuk voelde Sammies onzichtbare hand op zijn schouder kloppen. ‘Jou mag ik wel’, grinnikte hij.
Met een lach op zijn gezicht liep Luuk terug naar de bar. Goh, dat was best leuk, dacht hij. Misschien was het toch niet zo vreselijk om in monsterrestaurant te werken als hij had gedacht.
————————–
De rest van de avond serveerde Luuk samen met Wikkelien allerlei gekke gerechten aan verschillende monsters en griezels. Zo ontmoette hij een oude zombie die Professor Z heette en die gek was op gesuikerde mummierolletjes. Luuk en Wikkelien moesten erop letten dat hij niet teveel kreeg, want des te meer rolletjes hij had, des te harder hij begon te grommen. Het was een beetje alsof er een opgevoerde brommer in de hoek stond die niet meer uit kon. Luuk leerde al snel om het geluid te negeren. Daarbij was Professor Z ook gewoon heel aardig, dus Luuk stopte hem een paar extra rolletjes toe zonder dat Wikkelien en Chef Toet het zagen. Professor Z had waarderend naar hem gegromd.
En dan was er ook nog graaf Gustav. Gustav was een vampier, waardoor Luuk eerst wat zenuwachtig was om hem te bedienen. Zou hij kunnen zien dat Luuk geen echte vampier was? Maar hij hoefde zich achteraf nergens zorgen om te maken. Als Gustav al door had dat er iets niet klopte, dan liet hij dat in ieder geval niet blijken. Het enige waar hij om gaf was de bloedworst die Luuk en Wikkelien hem serveerden. Dat stond niet op het menu van De spooklantaarn, maar Wikkelien legde uit dat haar vader het speciaal voor Gustav maakte. Hij was immers al meer dan 800 jaar vaste gast in het restaurant.
————————–
Toen Luuk aan het einde van de avond terugliep naar de bar was hij moe, maar voldaan. De tijd was voorbij gevlogen. Hij klom op een barkruk naast Wikkelien en kauwde op een van de mummierolletjes die chef Toet als traktatie voor hen had neergezet. Het smaakte een beetje stoffig, maar verder was het eigenlijk best lekker.
Luuk keek om zich heen. De meeste gasten waren klaar om te vertrekken. De lampionnen brandden nog steeds fel, maar de kaarsen waren bijna opgebrand. Zelfs de vleermuizen waren bijna allemaal verdwenen. Er vloog er nog eentje vlak langs Luuks hoofd en verdween toen in de nacht. Luuk merkte het amper.
En plots besefte hij iets. Hij werd omringd door vleermuizen en monsters en griezels. Zijn grootste nachtmerrie. Hij zou bang moeten zijn, maar dat was hij niet! Sterker nog, hij voelde zich zelfs een beetje thuis. Het was hartstikke gezellig hier in restaurant De spooklantaarn.
‘Niet slecht voor je eerste dag’, zei Wikkelien met haar mond vol mummierolletjes.
‘Het was echt heel leuk’, gaf Luuk toe. Hij glimlachte breed naar haar. Maar terwijl hij nog een mummierolletje in zijn mond stopte, raakte één van zijn neppe vampiertanden los en viel uit zijn mond in zijn schoot. Hij greep zo snel hij kon naar het stukje plastic en duwde het vliegensvlug terug in zijn mond. Uit zijn ooghoek zag hij Wikkeliens lege ogen naar hem staren.
‘Wat was dat?’ vroeg ze.
Luuk voelde zijn wangen rood worden en wist niet wat hij moest zeggen. Eén blik op Wikkeliens gezicht was genoeg om te weten dat ze hem doorhad.
‘Je bent helemaal geen vampier’, zei ze terwijl ze van haar barkruk sprong. ‘Je bent een mens!’
Het had geen zin meer om te doen alsof. Hij was ontdekt. Luuk haalde de neptanden uit zijn mond en knikte. Hij durfde haar niet aan te kijken. Hij wees naar zijn zwarte cape en de tanden in zijn hand. ‘Dit is een kostuum’, biechtte hij op. ‘Voor het schoolfeestje.’
‘Wat voor schoolfeestje?’ vroeg Wikkelien.
‘Voor Halloween’, zei Luuk. Hij vertelde haar alles over hoe hij van het feestje wegvluchtte, hoe hij plotseling in het restaurant stond en dat hij te bang was om de waarheid te vertellen.
‘Het spijt me’, zuchtte hij. ‘Ik dacht dat monsters eng en gevaarlijk waren. Maar iedereen hier is heel aardig en– Nou ja, ik had meteen moeten zeggen dat ik geen vampier was.’
‘Wie is er geen vampier?’ vroeg Chef Toet die plots achter hen stond.
‘Luuk is een mens, pap’, zei Wikkelien.
Chef Toet liet spontaan de pan uit zijn handen vallen die hij aan het afdrogen was. Het kletterde met veel kabaal op de grond. ‘Een mens? In mijn restaurant?’ Ontsteld staarde hij naar Luuk.
‘Wat is er aan de hand, Toet?’ vroeg Regina, die langs de bar kwam om gedag te zeggen. ‘Hoorde ik je iets zeggen over een mens?’
Wikkelien deed haar mond al open om antwoord te geven, maar chef Toet gebaarde nerveus dat ze stil moest zijn.
‘Doe niet zo raar, pap’, zuchtte Wikkelien. ‘Is het nou echt zo erg dat Luuk geen vampier is?’
‘Stil nou, Wikkelien! Als iedereen erachter komt, krijg ik straks geen enkele klant meer in mijn restaurant.’
‘Hemeltje’, zei Regina geschrokken. ‘Geen vampier?’
Chef Toet gooide zijn handen wanhopig in de lucht. ‘Daar heb je het al.’
Wikkelien rolde met haar ogen.
‘Natuurlijk is hij geen vampier’, gniffelde graaf Gustav, die het gesprek ook had opgevangen en onderweg was naar de uitgang. ‘Dat zag ik meteen. Hij lijkt er niet eens op. Maar hij is wel erg goed in bedienen.’ Hij gaf Luuk een dikke knipoog en verdween toen uit het restaurant.
Luuk staarde snel naar zijn knieën, maar moest toch een beetje glimlachen om het compliment.
Professor Z ving Gustavs woorden op en knikte. ‘Hij is zeker erg goed.’ Hij likte de suiker van de laatste mummierolletjes van zijn vingers en keek naar Luuk. ‘Mij maakt het niks uit of je een vampier of mens bent. Als je volgend jaar maar weer komt om mij mummierolletjes te serveren.’ Grommend schuifelde hij het restaurant uit, Graaf Gustav achterna.
‘Ja’, zei Regina. Ze klonk een beetje onzeker, maar leek inmiddels over de eerste schrik heen te zijn. ‘Ik hoop dat ik je volgende Halloween weer zie, Luuk.’
Chef Toet zat met een verbaasde blik om zich heen te kijken.
Wikkelien sloeg haar armen over elkaar. ‘Nou, pap. Volgens mij hoef je je nergens zorgen over te maken. Luuk mag volgend jaar wel weer komen, toch?’
Chef Toet wreef bedenkelijk over zijn achterhoofd. Een straaltje zand glipte tussen zijn vingers door en dwarrelde op de grond. ‘De locatie van het restaurant moet geheim blijven voor mensen, Wikkelien. Dat weet jij ook. Als ze ons vinden, jagen ze ons allemaal het park uit.’
‘Ik zeg niks, tegen niemand. Ik beloof het!’ zei Luuk.
‘Ik weet het niet…’ bromde Chef Toet.
Toen gebeurde er iets vreemds. Het zand dat net op de grond was gedwarreld rond Chef Toets voeten begon uit zichzelf een hoopje te vormen en omhoog te zweven. Iedereen zat met open mond toe te kijken. Niemand zei iets. Tot het hoopje zand op ooghoogte van Chef Toet tot stilstand kwam en vervolgens als een sneeuwbal in zijn gezicht gegooid werd. Sputterend deinsde hij achteruit.
De schaterlach die volgde herkende Luuk meteen als die van Schimmige Sammie.
‘Sammie!’ bulderde chef Toet, die verwoed het zand uit zijn ogen wreef. ‘Wat heeft dit te betekenen?’
‘Doe toch niet zo ouderwets, Toet’, zei de stem van Sammie. ‘Laat die jongen toch gewoon terugkomen. Hij belooft het restaurant geheim te houden, dat hoor je toch?’
‘Ik beloof het echt’, zei Luuk nog een keer.
Chef Toet keek van Wikkelien naar Luuk en weer terug. Hij zuchtte diep. ‘Nou, goed dan’, bromde hij en stak zijn hand uit naar Luuk. ‘Je bent aangenomen.’
Luuk pakte de hand plechtig aan en schudde hem. Toets hand was net zo zanderig als die van Wikkelien, maar dat vond Luuk helemaal niet erg. Hij kon alleen maar glimlachen. Volgend jaar mocht hij weer naar De spooklantaarn! Dan kon hij Wikkelien weer zien en al zijn andere nieuwe vrienden. En dit keer hoefde hij niet te doen alsof hij een vampier was.
Het was inmiddels al laat geworden. Luuk dacht dat zijn moeder zich waarschijnlijk wel zat af te vragen waar hij bleef. Hij nam snel afscheid van iedereen en gaf Wikkelien een stevige knuffel. Daarna haastte hij zich het restaurant uit.
‘Tot volgend jaar!’ riepen Wikkelien en Sammie hem na.
————————–
Onderweg naar huis kwam Luuk een groepje jongens tegen die zo te zien van het Halloweenfeestje kwamen. Eén van hen had een griezelig vogelverschrikkerkostuum aan, een ander was verkleed als groene alien en de derde droeg een bloederige doktersjas. Ze herkenden Luuk meteen als die bangerik van school. Maar toen ze hem breed grijzend probeerde te laten schrikken, lachte Luuk tot hun grote verbazing alleen maar en groette hij ze vrolijk. Teleurgesteld dropen de jongens weer af.
De hele weg naar huis kon Luuk de lach niet meer van zijn gezicht krijgen.
‘Hoe was het Halloweenfeestje?’ vroeg zijn moeder toen hij weer thuiskwam.
‘Superleuk!’ zei Luuk enthousiast. ‘Volgend jaar ga ik als mummie denk ik.’
‘Je lijkt er nu al op’, lachte zijn moeder. ‘Waar komt al dat zand vandaan?’
Luuk had helemaal niet gemerkt dat hij van top tot teen onder het zand zat. Even was hij net zo verbaasd als zijn moeder, maar toen snapte hij het. Het kwam natuurlijk doordat hij Wikkelien een knuffel had gegeven. Hij proestte het uit. Zijn moeder keek hem vreemd aan, maar hij kon natuurlijk niet vertellen wat er gebeurd was. Het restaurant zou geheim blijven, zelfs voor zijn moeder, precies zoals hij had beloofd.
Na een nogal zanderige douche plofte Luuk een halfuur later met een tevreden zucht op zijn bed neer. Hij had nog nooit zo’n leuke Halloween gehad. Misschien was het zelfs wel zijn favoriete feestdag geworden. Wie had dat ooit gedacht? Hijzelf in ieder geval niet. En voor het eerst in zijn leven kon hij niet wachten op het volgende griezelfeestje!


Laat een reactie achter