Piratenverhaal

Mira en de piratenkapitein – deel 1

Droom jij er wel eens van om piraat te worden? Mira in ieder geval wel. Er is één probleem: meisjes mogen geen piraat worden! In dit spannende piratenverhaal verstopt Mira zich daarom vermomd als jongen op een piratenschip. Ze wordt onderdeel van de bemanning en heeft de tijd van haar leven. Maar kan ze haar geheim bewaren? En wat als de beruchte en gevreesde Kapitein Flynn er toch achter komt dat er een meisje aan boord is? 

Het verhaal

Ruw drukte de havenmeester een dweil en een emmer in Mira’s handen. 

“Aan de slag! Het schip maakt zichzelf niet schoon.” Zacht mopperend liep Mira het schip op dat in de haven lag. Ze keek op naar de zwarte vlag met witte schedel die zacht in de wind wapperde. Weer een piratenschip. Die waren altijd het smerigst en Mira zou weer uren bezig zijn om de plakkerige rum van het dek te schrobben. Chagrijnig begon ze aan haar taak. Hoewel ze al haar hele leven droomde van werken op een piratenschip, was dit niet bepaald wat ze in gedachten had. 

Ze was in dienst van de havenmeester en moest de schepen schoonmaken die in de haven aanlegden. Zo verdiende ze een klein beetje geld om eten en een slaapplek te betalen. Het liefst zou ze piraat willen worden. Ze wilde met haar eigen ogen de vreemde landen en angstaanjagende zeemonsters zien waar ze al zo vaak verhalen over had gehoord. Ze wilde avonturen beleven, schatten zoeken en leren zwaardvechten. Mira zou alles opgeven voor zo’n avontuurlijk leven. Helaas was ze een meisje en piratenbemanningen bestonden alleen uit jongens en mannen. Piraten waren erg bijgelovig en ze waren ervan overtuigd dat vrouwen op een schip niets dan ongeluk met zich mee brachten. Een leven als piraat was een onmogelijke droom voor Mira. Toch hield ze altijd een sprankje hoop. Al was het maar om de saaie, vermoeiende dagen in de haven door te komen.

Nog geen twee dagen later, vroeg in de middag, voer er weer een piratenschip de haven in. Mira rende snel de kade op. Dit was het grootste piratenschip die ze ooit had gezien! Ze ging tussen de vissers en andere werklui staan die op een afstandje naar het schip stonden te kijken.

“Dat is kapitein Flynn!” zei één van de vissers plotseling terwijl de kleur uit zijn gezicht verdween. Mira zag de kapitein van het schip op het dek rondlopen. Hij was langer dan de meeste van zijn bemanningsleden en zijn brede armen waren bedekt met tattoos. Zijn lange zwarte jas wapperde in de wind. Hij was zeker een indrukwekkende verschijning. 

“Flynn?” zei zijn kameraad met grote ogen. “Ik hoorde dat hij vijf schepen in één maand heeft overvallen. Zijn schip schijnt vol goud te liggen.” Hij ging op zijn tenen staan en strekte zijn nek om het beter te kunnen zien.

“Ik hoorde dat hij zelfs zijn eigen bemanning aan de haaien voert als ze zijn bevelen niet opvolgen”, zei de visser die nog steeds zo bleek als een vaatdoek was. Toen kapitein Flynn de kade op liep, deed hij onwillekeurig een stapje achteruit, ook al stond hij niet eens in de buurt van het schip.

“Slim”, zei zijn kameraad met een grijns op zijn gezicht. “Zo hoeft hij zijn buit met minder mensen te delen.” Hij bulderde van het lachen en sloeg zijn vriend op zijn schouder. “Kom, we moeten weer aan het werk.” Beide mannen liepen weg, maar Mira kon haar ogen niet van de kapitein afhouden. Zou het allemaal waar zijn wat de vissers over hem hadden gezegd? Ze voelde een vreemde mengeling van angst en het verlangen naar avontuur in haar buik. Hoe lang ze daar uiteindelijk stond wist ze niet, maar plotseling stond de havenmeester achter haar. Hij draaide haar ruw om. 

“Dat piratengespuis heeft hulpjes nodig om hun schip schoon te maken voordat ze weer verder varen”, zei hij met een norse blik. “Aan de slag maar weer!” Hij gaf Mira een duw in de richting van het schip en liep toen met ferme passen richting twee vissers die slaande ruzie hadden over waar de beste visplekken te vinden waren. Mira liep zacht mopperend naar het schip en begon aan haar taak. 

Na een paar uur zwoegen en vele emmers water later zag ze uit haar ooghoek opeens een leren hoed liggen achter een paar vaten met kruit. Ze keek om zich heen of er niemand in de buurt was en zette de hoed vlug op. 

“Geef me al je goud”, fluisterde ze zacht terwijl ze een onzichtbaar zwaard tegen de hals van een onzichtbare vijand hield. Ze stelde zich voor dat ze de kapitein van een piratenschip was en de hele wereld over voer op zoek naar schatten. Ze zou de beste en meest gevreesde kapitein ooit zijn! Ze grinnikte bij de gedachte. En plotseling kwam er een idee in haar op. Een volledig gestoord, dwaas en gevaarlijk idee…

Wat had ze eigenlijk te verliezen? Deze kans kreeg ze nooit meer. Ze keek nog een keer snel om haar heen en sprong toen op. Ze stal een broek, een blouse en een riem uit één van de slaapvertrekken en trok vliegensvlug haar jurk over haar hoofd. Ze trok de piratenkleding aan en verstopte haar lange haar onder de zware leren hoed die ze nog steeds op haar hoofd had. Haar gezicht was gelukkig al vuil van het zweet en stof van het zware werk dat ze op het schip had gedaan. Ze bekeek vlug haar spiegelbeeld in een kom met water en glimlachte tevreden. Niemand zou zien dat ze een meisje was. Ze ging uit het zicht achter een grote ton met rum zitten zodat de havenmeester haar niet zou kunnen vinden en wachtte met bonkend hart tot het schip het anker hees en de zee weer op voer.

Gelukkig hoefde ze niet lang te wachten. De havenmeester liep een paar keer langs het schip en riep zelfs een keer mopperend haar naam, maar ze had een goede verstopplek gekozen en werd niet ontdekt. Niet veel later kwamen de kapitein en de bemanning al weer terug. Mira bleef uit het zicht en wachtte tot de haven niet veel meer was dan een stipje op de horizon. Toen vond ze het tijd om uit haar schuilplaats te komen. Het was nu of nooit. Zouden ze geloven dat ze gewoon een bemanningslid was? 

Ze liep voorzichtig over het dek tussen de piraten door, bestudeerde wat zij aan het doen waren en probeerde hetzelfde te doen. Tot haar grote opluchting viel ze niet op en niemand had in de gaten dat er een meisje in hun midden was. Mira hielp mee met zeilen hijsen, sjouwde kanonskogels en vaten met kruit en nam zelfs even het roer over van de stuurman toen hij iets met de kapitein moest bespreken. Dit was alles waar Mira van gedroomd had. Ze voelde de wind op haar gezicht en het zout van de zee op haar lippen en ze voelde zich gelukkiger dan ooit. Soms vergat ze zelfs even de angst dat de piraten zouden ontdekken wie ze echt was. 

—————-

Het leven op het schip was zwaar, maar Mira voelde zich elke dag meer thuis. Niemand had gemerkt dat er opeens een extra bemanningslid was. Tenslotte werkten er veel jonge mannen op het schip en wisselde de bemanning nog wel eens. De piraten kenden Mira als Milo en het voelde al bijna als haar echte naam. Toch kon ze dat ongemakkelijke, angstige gevoel dat ze ontdekt zou worden nooit helemaal van zich afschudden. 

Ze kon het heel goed vinden met twee andere piraten aan boord, Thomas en Liam. Thomas was ook nieuw op het schip, maar Liam was al jaren onderdeel van de bemanning. Ondanks dat hij nog jong was, had hij de leiding over alle nieuwe bemanningsleden. Toen hij Mira vroeg of ze met een zwaard overweg kon, had ze vol zelfvertrouwen ‘ja’ gezegd. Ze oefende tenslotte al maanden stiekem in haar eentje met een oud zwaard die ze een keer toevallig in de haven had gevonden. Maar toen ze toch een beetje onzeker tegenover Liam stond met een zwaard in haar hand en hij het in één soepele beweging uit haar handen sloeg, had hij hardop gelachen. 

“Zullen we toch maar een paar lessen doen?” had hij gezegd. Mira voelde haar wangen nog steeds rood worden als ze er aan terug dacht. Mira en Thomas oefenden met de andere nieuwe bemanningsleden onder leiding van Liam wanneer ze maar konden. Zwaardvechten was niet bepaald makkelijk om te leren, maar Liam was een goede leraar en elke dag werd Mira een beetje beter. Thomas had nog nooit eerder een zwaard vastgehouden en had veel moeite de lessen te volgen, maar hij was wel vliegensvlug met een mes. Elke keer als Mira een duel met hem deed, zij met een zwaard, hij met een mes, dan won Thomas altijd. Uiteindelijk gaf Liam het op om Thomas te leren zwaardvechten en in plaats daarvan gaf hij hem les in het gooien van messen, waarin Thomas elke dag met grote sprongen vooruit ging. Elke piraat op Flynns schip droeg gewoonlijk een zwaard en een mes aan zijn riem, maar Thomas liet het zwaard achterwege en droeg in plaats daarvan altijd minstens vier messen aan zijn riem. In het begin kreeg hij wat vreemde blikken toegeworpen van de oudere bemanningsleden, maar naarmate de dagen verstreken keek niemand er meer van op.

“Hoe ben jij eigenlijk op Flynns schip terecht gekomen?” vroeg Mira op een warme avond aan Liam toen ze na één van de vele lessen op het dek uit zaten te hijgen. Thomas stond naast de mast waar ze tegenaan leunden en probeerde het mes dat hij tijdens de les in het hout had geworpen los te krijgen. Het zat zo diep dat het pas na een paar minuten wrikken een beetje los kwam. Thomas viel steil achterover op het dek toen het mes plotseling los schoot. Mira en Liam lachten toen hij met een pijnlijk gezicht naast hen kwam zitten. 

Liam zei een tijdje niks en Mira dacht al dat hij haar vraag vergeten was toen hij toch begon te vertellen.

“Toen ik nog klein was gingen mijn familie en ik aan boord van een groot passagiersschip. Ons huis was door een orkaan volledig verwoest en we hadden niks meer. Mijn ouders hoopten ergens anders een nieuw en beter leven op te bouwen.” Liam was even stil en staarde naar de horizon met een afwezige blik, alsof hij het allemaal voor zijn ogen zag gebeuren. “Halverwege de reis kwamen we een piratenschip tegen. Ze plunderden het schip, doodden iedereen die in de weg stond en staken toen het schip in brand. Ik weet niet wat er daarna gebeurde, maar twee dagen later werd ik wakker op Flynns schip. Hij vertelde me dat ze me op een stuk drijfhout zagen liggen en uit het water hebben gevist.” Er viel een stilte en Thomas en Mira durfden niks te zeggen

“Waren er nog andere overlevenden?” vroeg Mira uiteindelijk zacht. Liam schudde zijn hoofd.

“We zijn terug gevaren naar de plek waar het gebeurde, want ik wilde mijn familie zoeken, maar er waren alleen nog wrakstukken te zien. Het hele schip is met man en muis vergaan. ik ben de enige overlevende.” Liam zuchtte en schudde de herinnering van zich af. “Flynn heeft me opgenomen in de bemanning en me alles geleerd wat ik weet. Hij is als een vader voor me.” Na nog een korte stilte stond hij plotseling op. Het verdriet verdween uit zijn ogen en hij glimlachte. “Maar dat zijn wel weer genoeg verhalen voor vandaag.” Hij strekte zijn handen naar Mira en Thomas uit en trok ze omhoog. “Tijd voor bed!” Mira en Thomas protesteerden, maar Liam was onverbiddelijk en duwde ze hardhandig richting de slaapvertrekken. 

Toen Mira in haar hangmat lag, keek ze stiekem naar Thomas, die al luid snurkend lag te slapen. Ze giechelde zachtjes en dacht aan alles wat ze al had meegemaakt, het werk op het schip, het zwaardvechten en de vrienden die ze had gemaakt. Ze kon niet geloven hoeveel geluk ze had dat ze op Flynns schip terecht was gekomen. Het enig wat nu nog ontbrak was een zeemonster en een schatkist vol goud. Ze viel in slaap met een tevreden glimlach op haar gezicht.

—————-

Na een aantal weken op het schip sloeg Mira’s geluk helaas om. Ze droeg nog altijd de leren hoed om haar lange haren te verstoppen. Ze was van plan om haar haar kort te knippen, maar ze had nog geen goed moment kunnen vinden. Er was altijd wel iemand in de buurt die haar kon betrappen. 

Onder de bemanning was een piraat die ze Kraai noemden. Hij had die bijnaam gekregen omdat er altijd een kraai op zijn schouder zat. Soms kreeg Mira het onbehaaglijke gevoel dat de vogel dwars door haar vermomming heen kon kijken als hij haar weer eens met zijn zwarte kraalogen indringend aanstaarde. 

Toen gebeurde dat waar Mira al die tijd bang voor was geweest. De vogel vloog zonder enige waarschuwing plotseling naar Mira toe, zette zijn klauwen in haar hoed en trok hem in één beweging van haar hoofd. Mira probeerde de hoed nog vast te grijpen, maar ze was niet snel genoeg. Hij viel met een dof geluid op het houten dek van het schip en Miras lange zwarte haar golfde langzaam over haar schouders. 

Ze deed een poging om haar hoed snel weer op te zetten, maar het was al te laat. Kraai en sommige andere piraten hadden het zien gebeuren en het duurde niet lang voordat het schokkende nieuws zich als een olievlek over het hele schip verspreid had. Het gebruikelijke lawaai en geschreeuw op het dek verstomde. 

“Een meisje!” riep één van de piraten. Hij hapte naar adem alsof hij de dood recht in de ogen keek. “We zijn allemaal verloren!” Hij struikelde over zijn eigen voeten toen hij haastig een stap achteruit deed. Sommigen piraten deden een schietgebedje of grepen naar de geluksamuletten die om hun nek hingen, maar de meeste piraten trokken hun zwaard of mes en kwamen dreigend op haar af. 

“Gooi haar overboord voordat het ongeluk ons vindt!” riep eentje met overslaande stem.

“Ja, overboord met haar!” riepen de andere piraten in koor.

Mira had amper tijd om te beseffen wat er allemaal gebeurde toen kapitein Flynn met een klap de deur van zijn hut open gooide en naar buiten kwam. Mira had de kapitein al die tijd al een ontzagwekkende verschijning gevonden, maar nu hij met een donkere blik in zijn ogen recht op haar af kwam lopen, voelde ze de angst als een kolkende rivier door haar lijf stromen. Haar knieën werden slap als pudding en ze hield haar adem in. Hij bleef vlak voor haar staan en zijn blik ging langzaam over haar lange haar. 

“Dus”, zei hij uiteindelijk na een zenuwslopende stilte die wel een uur leek te duren. Hij draaide zich om naar zijn bemanning. 

“Een meisje op ons schip. Hoe gaan we dat oplossen? Suggesties?”

“Kielhalen!” riep iemand. Er steeg een gejuich op.

“Over de plank!” riep een ander. Flynn deed alsof hij diep nadacht, maar Mira zag dat zijn mondhoeken iets omhoog krulden. Hij genoot hier duidelijk van.

“Nee”, zei hij toen langzaam. “Nee, we laten haar in leven.”

Iedereen keek elkaar verward aan. Het gejoel begon weer, maar dit keer uit protest.

“Stil!” beval kapitein Flynn met donderende stem. “Ik heb iets anders voor haar in petto.” Mira zag een wreed glimlachje op zijn gezicht verschijnen waar haar maag van omdraaide. En de piraten zagen het ook. Ze begonnen enthousiast met elkaar te fluisteren. Mira vergat even hoe ze moest ademen. Haar ogen zochten die van Thomas en Liam, maar het enige wat ze in hun bleke gezichten kon zien was verwarring en angst. Ze wendde haar blik snel af.

“Jullie daar!” Flynn wees twee magere piraten aan die zich aan hun geluksamuletten vastklampten alsof het reddingsboeien waren. “Sluit haar op in de cel.” De twee mannen protesteerden niet, maar stapten met knikkende knieën en overduidelijke tegenzin op Mira af en grepen haar bij haar armen. Mira stribbelde uit alle macht tegen, maar de piraten waren sterker dan ze eruit zagen en sleepten haar met gemak het schip over. Uit haar ooghoek zag ze dat Thomas naar voren wilde stappen om haar te helpen, maar één strenge blik van Flynn was genoeg voor Liam om Thomas tegen te houden. 

De twee piraten trokken Mira mee de trap af naar het ruim en openden de deur van een metalen kooi die in de hoek van het ruim was geplaatst. Ze gooiden haar hardhandig naar binnen en klapten de deur hard achter haar dicht. Nadat ze de sleutel in het slot om hadden gedraaid, renden ze zo snel de trap weer op dat ze bijna over elkaar heen vielen. Mira trok uit alle macht aan de metalen deur, maar er was geen beweging in te krijgen. Ze voelde het laatste beetje moed dat ze nog had in haar schoenen zakken. 

Er was geen ontsnapping mogelijk.

 

Verder lezen? Lees hier deel 2 van dit piratenverhaal!