Meggie kan niet slapen, want morgen is ze jarig. Ze is hartstikke zenuwachtig, maar niet omdat ze er zo’n zin in heeft. Nee, ze is bang voor de verjaardagsmonsters! Want die komen maar al te graag je feestje verpesten. Wat zal er morgen gebeuren?
Het verhaal
Als je in het dorpje Festein vroeg naar de verjaardagsmonsters, dan zou elke volwassene je meteen vertellen dat die niet bestaan. Ze zouden waarschijnlijk hun hoofd schudden en zeggen dat je niet moet geloven in monsters. Dat was nou eenmaal het probleem met volwassenen: die geloofden niet in veel dingen. Maar de kinderen in Festein wisten wel beter. De verjaardagsmonsters waren geen verzinsel. Ze waren net zo echt als jij en ik, en wat ze het liefste deden was het verpesten van verjaardagsfeestjes.
Dat was slecht nieuws voor Meggie. Zij was morgen jarig en maakte zich erg zorgen over haar feestje. De verjaardagsmonsters deden er alles aan om elk kinderfeestje in de soep te laten lopen. Ze gooiden met taart, sloegen je bekertje ranja uit je handen, hingen aan de slingers totdat ze scheurden, prikten met hun scherpe nagels ballonnen kapot en gingen er met je feesthoedje vandoor.
Alle kinderen in Festein hadden het al een keer meegemaakt. Maar omdat de volwassenen in Festein niet in monsters geloofden, konden ze de monsters ook niet zien. Al stond er eentje vlak voor hun neus, dan nog zouden ze het niet doorhebben. Dus wie kregen de schuld van de chaos die de verjaardagsmonsters veroorzaakten? De kinderen natuurlijk.
De volwassenen konden maar niet begrijpen waarom hun kinderen zich zo slecht gedroegen tijdens verjaardagsfeestjes. De rest van het jaar waren ze nooit ondeugend en was er niks aan de hand. En feestjes waren toch juist leuk? Waarom prikten de kinderen dan steeds de ballonnen lek en gooiden ze hun ranja over de vloer?
Meggies ouders hadden heel duidelijk gemaakt dat Meggie nooit meer een feestje mocht geven als zij zich net zo schandalig zou gedragen als de andere kinderen in het dorp. Meggie probeerde steeds weer opnieuw uit te leggen dat het de schuld was van de verjaardagsmonsters, maar haar ouders wilden niet naar haar luisteren.
‘Wat een onzin, Meggie’, zeiden ze. ‘Ben je niet te oud om in monsters te geloven?’
Ze hield vol dat de verjaardagsmonsters echt bestonden, net zolang totdat haar ouders vonden dat ze brutaal deed en ze voor straf naar haar kamer moest. Uiteindelijk gaf ze het maar op.
De avond voor haar verjaardag kon Meggie niet slapen van de zenuwen. Dat de verjaardagsmonster zouden komen, dat wist ze wel zeker. Wat zouden ze dit keer doen?
—————————–
De volgende middag begon Meggies feestje zoals gepland. Er waren wel drie grote slagroomtaarten, allerlei snoepjes, veel sap en ranja en overal lekkere hapjes. Het huis was versierd met slingers, ballonnen en zelfs een hoop confettislierten. Al Meggies vrienden van school kwamen langs, net als haar opa en oma, twee tantes en haar neefje en nichtje. Het hele huis was vol, Meggie kreeg een hele berg cadeautjes en ze speelden de hele middag spelletjes.
Meggie had het zo erg naar haar zin, dat ze al bijna begon te denken dat de verjaardagsmonsters haar feestje vergeten waren.
Maar helaas, de monsters kwamen toch.
De volwassenen hadden geen idee waarom alle kinderen opeens zo zenuwachtig werden. Zij zagen de twee monsters niet die plotseling in de kamer waren verschenen. De ene was blauw en de andere oranje, en ze namen alles om hen heen goed in zich op met hun grote, glanzende ogen. De kinderen hielden hun adem in en fluisterden bezorgd in elkaars oor. Ze wisten al precies wat er zou komen.
De monsters giechelden ondeugend toen ze alle versieringen en hapjes zagen. Hun pluizige lijven trilden van opwinding. Meggie probeerde de taarten nog te verbergen door er voor te gaan staan, maar ze was te laat. Zodra de monsters de taart in het vizier kregen, schoten ze er meteen op af.
Nog geen tel later vloog het eerste stuk taart door de lucht. Het kwam met een zachte plof neer in de schoot van Meggies oma.
‘Meggie, wat doe je?’ riep Meggies vader boos.
‘Ik was het niet!’ Meggie wees naar de monsters, die elkaar breed grijzend een high five gaven. Maar voor zover haar ouders konden zien, was Meggie de enige die bij de taart stond. Zij moest de taart dus wel hebben gegooid.
De monsters grepen allebei weer een nieuw stuk taart. Meggie probeerde ze tegen te houden, maar ze doken razendsnel onder haar armen door. Ze kon niet voorkomen dat een tweede stuk taart door de lucht vloog, meteen gevolgd door een derde. Ze kletsten tegen de muur en in het haar van Meggies moeder. Haar dure kapsel zakte helemaal in en ze begon hard te gillen. Dat vonden de monsters natuurlijk alleen maar leuk. Ze lachten Meggies moeder uit en hadden enorme pret.
Toen stootte het oranje monster de ander aan en wees naar de feesthoedjes die iedereen droeg. Het blauwe monster begon nog harder te giechelen. Tegelijkertijd stormden beide monsters door de kamer en trokken met hun kleine handjes de hoedjes van het hoofd van alle kinderen. Ze zochten allebei eentje uit om op te zetten en gooiden de rest op de grond.
Meggies beste vriend, Beau, stond vlak naast de monsters. Hij trok een angstig gezicht en probeerde ongezien weg te sluipen. Beau was de grootste pechvogel die Meggie kende. Voor zolang ze hem kende had hij nooit een keer geluk gehad. Dat was nu niet anders.
Het blauwe monster giechelde luid toen hij Beau weg zag schuifelen en sprong op zijn enkels af om hem te laten struikelen. Dat was niet zo moeilijk, want de vloer was inmiddels helemaal plakkerig van de halfvolle ranjabekers die over de grond rolden. Beau zwaaide wild met zijn armen om zijn balans te bewaren, maar dat lukte niet. Hij viel voorover en kwam precies tussen de feesthoedjes terecht die verspreid over de vloer lagen.
‘Wat gebeurt er allemaal?’ jammerde Meggies moeder terwijl ze met haar ene hand de taart uit haar haar probeerde te halen en met de andere Beau omhoog hees.
‘Het zijn de verjaardagsmonsters, mam!’ riep Meggie.
Meggies moeder kreeg rode vlekken in haar nek en Meggie wist precies wat dat betekende. Haar moeders geduld was op.
‘Hou daar nou eens mee op, Meggie! Voor de zoveelste keer, monsters bestaan niet.’
Geërgerd keek ze naar de schreeuwende kinderen om haar heen, de plassen ranja op de grond en de feesthoedjes die overal rondslingerden. Toen ze ook nog eens over een hoedje struikelde en met haar gezicht in een stuk taart terecht kwam, ontplofte ze echt.
‘Het feestje is voorbij!’ gilde ze, terwijl ze de klodders slagroom van haar gezicht veegde. ‘Klaar!’
Alle kinderen begonnen door elkaar heen te roepen en wezen naar de monsters.
‘Zij waren het!’
‘Het is niet onze schuld!’
‘Wij deden niks, echt waar!’
Dit maakte Meggies moeder alleen maar bozer. Meggie wist dat als ze niet snel iets deed, haar moeder al haar vrienden naar huis zou sturen. Ze was vastberaden om haar feestje niet te laten verpesten.
‘Beau!’ riep ze en wees naar het blauwe monster, dat nu vlak bij haar stond. Beau wist meteen wat ze bedoelde. Hij knikte, al keek hij wel een beetje benauwd.
‘Drie… Twee… Eén…’ zei Meggie. ‘Nu!’ Met z’n tweeën doken ze tegelijkertijd op het blauwe monster af. Maar die keek net op tijd om en dook weg voordat ze hem te pakken konden krijgen. Hij stak zijn tong uit naar Meggie en rende giechelend weg.
Meggies vader probeerde alle kinderen rustig te krijgen, maar niemand luisterde naar hem. Ondertussen hielpen Meggies tantes Meggies moeder de taart uit haar haar te halen, al lukte dat niet echt. Meggies opa en oma zaten nog altijd gewoon op hun stoel en leken allebei niet erg onder de indruk te zijn. Vooral Meggies oma leek het allemaal wel grappig te vinden. Ze had een vorkje gepakt en was rustig het stuk taart aan het opeten dat in haar schoot was beland. Toen ze Meggie zag kijken, wees ze naar het gele monster en gebaarde dat ze het nog eens moest proberen.
Meggies mond viel open. Kon haar oma de monsters zien?
Ze had geen tijd om erover na te denken, want het gele monster stond precies met zijn rug naar haar toe. Hij was druk bezig slingers van het plafond te trekken en er knopen in te leggen. Dit was het perfecte moment.
Ze fluisterde iets in Beaus oor en hij knikte. Meggie telde tot drie, geluidloos dit keer, en tegelijkertijd sprongen zij en Beau op het gele monster af. Dit keer waren ze wel snel genoeg en kregen ze hem te pakken. Hij probeerde door hun vingers te glippen, maar Meggie en Beau lieten hem niet gaan.
‘Waarom probeer je mijn feestje te verpesten?’ zei Meggie boos. Het monster gaf geen antwoord en probeerde zich uit hun handen te wurmen.
De jongen van wie het monster eerder het feesthoedje had afgepakt, zag zijn kans en pakte snel zijn hoedje terug. Maar zodra hij het hoedje van het hoofd van het monster trok, begon het monster hard te brullen. Dikke tranen liepen over zijn wangen.
Meggie en Beau lieten hem bijna los van schrik en alle kinderen hielden meteen op met schreeuwen. Alle ogen waren op het monster gericht.
‘Het is niet eerlijk’, snikte hij.
‘Wat niet?’ vroeg Meggie.
‘Jullie krijgen allemaal feestjes en wij niet.’
Meggie en Beau keken elkaar verbaasd aan.
‘Krijgen monsters geen feestje op hun verjaardag?’ vroeg Beau.
Het monster schudde zijn hoofd en veegde de tranen van zijn gezicht. ‘Monsters hebben geen verjaardag.’
Geen verjaardag? Alle kinderen begonnen meteen met elkaar te fluisteren. Geen verjaardag betekende geen feestje, geen visite en geen cadeautjes. Eigenlijk was dat best wel zielig.
‘Waarom verpesten jullie onze feestjes dan steeds?’ vroeg Beau.
Maar Meggie snapte het al. ‘Omdat ze jaloers op ons zijn.’ Ze kon het niet helpen, ze kreeg toch een beetje medelijden met de monsters.
Het monster bloosde en liet zijn hoofd hangen. Nieuwe tranen rolden over zijn wangen.
Het blauwe monster wurmde zich door de groep kinderen heen dat zich om het gele monster had verzameld. ‘Waarom maken jullie mijn broertje aan het huilen?’ zei hij boos. Hij hield een stuk taart in zijn hand en hield dat dreigend omhoog.
Beau trok een verontwaardigd gezicht en deed zijn mond open om iets te zeggen, maar Meggie was sneller.
‘We hadden het over verjaardagen en hij zei dat monsters geen verjaardagen hebben’, zei ze.
‘O…’ zei het blauwe monster.
‘Is dat waar?’ vroeg Beau.
Het monster knikte en liet het stuk taart zakken. Zijn lip begon te trillen en toen begon ook hij te huilen. De twee monsters brulden zo hard dat sommige kinderen hun handen over hun oren deden.
Meggie wist niet wat ze moest doen. Haar moeder was in de keuken verdwenen en haar tantes hielpen haar vader mee om de rommel een beetje op te ruimen. Het was een ontzettende chaos. De hele vloer plakte, er zat overal taart op de muren en er hing geen enkele slinger meer aan het plafond.
Meggie zuchtte. Dit was het dan. Ze zou vast nooit meer een feestje mogen geven. Ze keek naar de monsters en dacht aan wat ze hadden gezegd. Ze was wel boos op ze, maar het was toch ook wel zielig voor de monsters dat zij helemaal geen verjaardag hadden.
Dat gaf haar opeens een idee.
Beau gaf de monsters steeds weer nieuwe tissues om hun tranen te drogen, maar ze waren ontroostbaar. De berg natte tissues naast hen werd steeds groter en de doos waar Beau ze uit haalde was al bijna leeg.
‘Zouden jullie een verjaardag willen?’ zei Meggie tegen de monsters.
Het blauwe monster knikte. ‘Dat is onze grootste wens.’
‘Ik kan jullie er eentje geven’, zei Meggie.
De monsters keken haar met betraande ogen aan. ‘K-Kan dat dan zomaar?’
‘Natuurlijk, waarom niet?’
Ze hielden meteen op met huilen.
‘Wil je dat echt voor ons doen?’ vroeg het gele monster.
‘Op één voorwaarde’, zei Meggie streng. ‘Dat jullie helpen met opruimen en schoonmaken. Als jullie dat doen, dan geef ik jullie een verjaardag.’
‘Een echte verjaardag?’ zei het blauwe monster.
‘Voor ons?’ zei het gele monster.
Meggie knikte.
Dat hoefde ze geen twee keer te zeggen. In een wervelwind van pluizige vacht en grote grijnzende monden, zoefden de monsters door de kamer.
Vol verbazing keken alle kinderen hoe alle rommel en viezigheid zo snel verdween dat ze amper tijd hadden om met hun ogen te knipperen. Maar voor Meggies vader en tantes was het nog veel vreemder. Zij zagen de monsters niet, dus voor hen leek alle troep zomaar in het niets te verdwijnen. Alle rommel vloog uit zichzelf naar de prullenbak en de rest zweefde weer naar de plek waar het hoorde.
Toen de monsters klaar waren, trokken ze enthousiast aan Meggies trui.
‘Wanneer is onze verjaardag?’ zei het blauwe monster.
‘Ja, wanneer is het?’ zei het gele monster. Hij sprong opgewonden op en neer.
Meggie glimlachte. ‘Toevallig weet ik dat vandaag een hele goede dag is om jarig te zijn. Dus wat dachten jullie van vandaag? We kunnen onze verjaardag delen.’
‘Yes!’ riepen de monsters. ‘We zijn jarig!’
‘Weten jullie wat dat betekent?’ zei Meggie.
Ze schudden allebei hun hoofd.
Meggie gebaarde om zich heen naar alle versieringen en de lekkere hapjes. ‘Dat dit verjaardagsfeestje ook voor jullie is.’
De twee monsters sprongen op en neer van blijdschap. ‘Een feestje voor onze verjaardag!’ riepen ze.
Toen Meggies moeder uit de keuken kwam, sloeg ze haar hand voor haar mond. De hele woonkamer was schoon, alle snacks stonden waar ze hoorden, de feesthoedjes waren netjes opgestapeld en alle kinderen waren gezellig spelletjes aan het spelen.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ze.
‘Tja’, zei Meggies vader, nog steeds een beetje in de war. Hij haalde zijn schouders op. ‘Het zouden de verjaardagsmonsters dan wel zijn geweest.’
Meggies moeder trok haar wenkbrauw op, maar zei niks.
‘Zullen we het feestje een tweede kans geven? Wat denk jij?’ zei Meggies vader.
Iedereen keek Meggies moeder verwachtingsvol aan.
‘Alsjeblieft, mam’, smeekte Meggie.
‘Alsjeblieft!’ riepen de monsters in koor, al hoorde Meggies moeder dat natuurlijk niet.
‘Geef ze nog een kans’, riep Meggies oma uit de hoek van de woonkamer met haar mond vol taart.
‘Goed dan’, zuchtte ze. ‘Maar alleen als er niet meer met taart en ranja wordt gegooid. En niemand mag aan de versieringen komen!’
De kinderen, de monsters en Meggies oma juichten.
Het werd alsnog zo’n gezellig feestje dat zelfs Meggies moeder wel moest toegeven dat ze toch een leuke dag had gehad. De kinderen in Festein raakten in de weken daarna maar niet uitgepraat over het feestje van Meggie. Ze hadden het zo vaak over de verjaardagsmonsters dat ook de volwassen er uiteindelijk een beetje in gingen geloven.
De monsters waren zo gelukkig dat ze nu ook een verjaardag hadden, dat ze nooit meer een feestje verpestten. Sterker nog, ze werden de grootste feestbeesten van Festein.
En Meggie zelf? Zij was nog het gelukkigst van iedereen, want zij deelde vanaf nu een verjaardag met twee monsters. En wie kon dat nou zeggen?
Wil je verder lezen? Bekijk meer avonturenverhalen of verhalen vanaf 6 jaar.
Laat een reactie achter