10 voorleestips van professionele voorlezers

10 voorleestips van professionele voorlezers

Een goede voorlezer laat een verhaal tot leven komen met zijn stem. Maar hoe doe je dat? Hoe zorg je ervoor dat je kind in het verhaal getrokken wordt en zelfs gaat uitkijken naar de volgende voorleessessie? Met deze tips van professionele voorlezers ga je nog beter voorlezen!

Tip 1: Weet wat je leest

Lees het boek, het verhaal of het hoofdstuk van tevoren door, het liefst hardop. Zo ga je automatisch al beter voorlezen. Je weet namelijk wat er komt en wat je kan verwachten, zodat je niet zo snel over ongebruikelijke woorden of lange zinnen struikelt.

Tip 2: Waar waren we gebleven?

Als wat je voorleest een vervolg is op de vorige voorleessessie, vat dan eerst samen waar jullie gebleven waren. Of nog beter, laat het kind dat doen! Zo zitten jullie allebei meteen weer in de sfeer van het verhaal, nog voordat je bent begonnen met voorlezen. 

Tip 3: Pas je tempo aan

Lees in een rustig tempo voor. Zo voorkom je dat je struikelt over woorden en kan het kind alles goed volgen. Dit helpt jullie beiden ook om je beter in het verhaal te kunnen inleven! Als je het juiste tempo hebt gevonden, kun je ook gaan spelen met het ritme om het verhaal nog levendiger te maken. Verhoog hiervoor je voorleestempo bij spannende stukken en vertraag bij rustige momenten. 

Tip 4: Vergeet niet te ademen

Bouw adempauzes in tussen zinnen en andere onderbrekingen in de tekst. Dit zorgt ervoor dat je niet buiten adem raakt en je je voorleestempo niet onbedoeld verhoogt. En nog veel belangrijker: het geeft het kind genoeg tijd om de woorden die het hoort te verwerken en het verhaal goed te volgen. 

Er zijn hier uiteraard geen vaste regels voor, dus doe vooral wat goed voelt, maar over het algemeen kun je dit als richtlijn nemen:

  • 1 à 2 seconden adempauze na elke zin
  • 2 à 3 seconden adempauze voor een witregel
  • 3 à 4 seconden adempauze tussen twee hoofdstukken in

Dit zal in het begin misschien wat onwennig aanvoelen, maar je zult merken dat je hierdoor vanzelf rustiger gaat voorlezen en minder fouten maakt. Zo geef je jezelf én het verhaal ruimte om te ademen. 

Tip 5: Gebruik (geen) stemmetjes

Deze tip klinkt misschien wat vaag, want moet je het nou wel of niet doen? Voorlezen en gekke stemmetjes gaan hand in hand, toch? Nou, niet altijd. Het ligt namelijk volledig aan jou en je kind.

Wanneer gebruik je stemmetjes?

Vooral jonge(re) kinderen houden van gekke stemmetjes als ze worden voorgelezen. Vinden je kinderen het geweldig? Laat je dan vooral niet tegenhouden en ga ervoor! Ook als je het zelf gewoon heel leuk vindt om te doen, is er niks mis met een heerlijk theatrale voorleessessie. Tenslotte staat plezier bij voorlezen altijd voorop! Let hierbij natuurlijk wel even op of je jonge luisteraars er ook positief op reageren 😉

Wanneer gebruik je geen stemmetjes? 

Hoe hard we ons best ook doen, niet iedereen is even goed in stemmetjes doen tijdens het voorlezen. En sommige voorlezers worden er vooral erg ongemakkelijk van. Dat is helemaal niet erg! Het is niet verplicht om stemmetjes te gebruiken. Sterker nog, jezelf forceren om het wel te doen maakt het verhaal er niet altijd beter op. Het advies is dan ook om geen of weinig stemmetjes te gebruiken als je er niet goed in bent of als je je er niet fijn bij voelt. Uiteindelijk gaat het erom dat je het verhaal boeiend vertelt. Het is geen theateroptreden.

Moet je dan alles in dezelfde saaie toon voorlezen? Zeker niet! Er zijn genoeg andere opties, dus experimenteer hier vooral mee. Varieer met toonhoogte, pas je voorleestempo aan of zet een accent op (of zet je eigen accent iets dikker aan). Op die manier geef je de verschillende personages toch een unieke stem zonder dat je gekke stemmetjes hoeft te doen.

voorleestips

Tip 6: Kies de juiste boeken

Kies boeken die bij jouw voorleesstijl passen. Elke schrijver heeft zijn eigen woordkeuze en unieke manier om zinnen op te bouwen. Soms rollen die zinnen en de opbouw van de tekst voor jou als voorlezer niet lekker van de tong. Kies daarom boeken waarbij de stem van de schrijver past bij jouw eigen manier van praten en vertellen.

Tip 7: De tekst is maar een richtlijn

Zie de tekst van een verhaal of boek niet als een tekst die je per se woord voor woord moet volgen, maar als een hulpmiddel om een leuk verhaal te vertellen. Wees dus niet bang om van de tekst af te wijken als dat goed voelt. Vooral bij boeken met veel illustraties is het soms juist leuker om het verhaal wat te veranderen. Let goed op de reacties van je kind op het verhaal en de illustraties en pas het aan hun fantasie aan. Als je zelf graag verhalen verzint, kun je het boek dat je voorleest zoveel aanpassen als je zelf wilt en je eigen fantasie de vrije loop laten.

Tip 8: Kies je cliffhanger

Bepaal van tevoren waar in het verhaal je stopt met lezen. Eindig met een cliffhanger en beloof om de volgende dag of volgende keer verder te lezen. Zo gaat het kind uitkijken naar de volgende voorleessessie. Voor korte verhalen of prentenboekjes ligt dit natuurlijk een beetje anders, want die lees je in één sessie wel uit. Maar probeer in dat geval bijvoorbeeld alvast een spannende hint te geven naar het verhaal dat je de volgende keer gaat voorlezen. Of beloof dat het kind de volgende keer het verhaal mag uitkiezen.

Tip 9: Let op je publiek

Houd je jonge publiek tijdens het voorlezen een beetje in de gaten. Luisteren ze naar elk woord of gaat het verhaal volledig langs ze heen? Rond de voorleessessie af zodra je merkt dat de aandacht begint te verslappen. Ga in dat geval de volgende keer gewoon weer verder. Let ook op waarom het kind de aandacht er niet meer bij kan houden. Is het tijd om te gaan slapen of ligt het aan het verhaal? Misschien is dit niet het juiste boek voor dat moment.

Tip 10: Laat je voorlezen

Als je beter wilt leren voorlezen is het belangrijk dat je zelf ook naar verhalen luistert. Dit kun je doen door naar audioboeken of verhalende podcasts te luisteren. Zo doe je inspiratie op om je eigen voorleessessies nog beter te maken. Luister bijvoorbeeld goed naar tempo, volume en toonhoogte. Ook kun je op deze manier ideeën opdoen over nieuwe verhalen of thema’s die je misschien zelf aan je kind kan voorlezen.

Welke van deze voorleestips gebruik jij al? Laat een reactie achter! 👇🏼